Het is niet moeilijk te begrijpen waarom zoveel kinderen ervan dromen om profvoetballer te worden. Het idee om de wereld over te reizen, de sport te beoefenen waar je van houdt en daar ook nog eens een geweldig inkomen mee te verdienen, klinkt als het perfecte leven. Maar wat we meestal niet zien als we naar de tv kijken, is alles wat er achter de schermen gebeurt om überhaupt op dat niveau te blijven presteren.
Nu het WK in volle gang is, gaan de discussies overal over de fysieke eisen die worden gesteld aan spelers die direct na een lang en intensief clubseizoen uitkomen voor hun land. Wat echter veel minder vaak wordt erkend, is de mentale vermoeidheid die deze spelers minstens zo hard treft.
De mentale tol van topsport
Op het hoogtepunt van het WK reizen, trainen en spelen spelers elke vier tot vijf dagen een wedstrijd, en dat met veel minder voorbereidingstijd dan normaal. Een dergelijk schema eist ongetwijfeld zijn tol van iedereen.
De data laat dit dan ook heel duidelijk zien. Een onderzoek van FIFPRO na het WK van 2022 legde precies deze crisis bloot. Tijdens het WK rapporteerde 20% van de spelers extreme mentale vermoeidheid tijdens het WK. Dit lag fors hoger dan de normale niveaus die zij doorgaans ervaren tijdens het piekmoment van het clubseizoen in januari. Daarbovenop gaf nog 23% van de spelers aan verhoogde mentale vermoeidheid te ervaren vergeleken met hun normale clubseizoen, hoewel dit niet als 'extreem' werd geclassificeerd.
Wat gebeurt er als de mentale batterij leeg is?
Waar het clubseizoen een marathon is, is het WK een brute sprint, en het zijn de spelers die hieronder lijden. Mentale vermoeidheid is duidelijk een wijdverbreid, serieus probleem onder voetballers. Dus aan alle coaches, scouts en sportpsychologen: let goed op.
Hoe meer je spelers mentaal vermoeid zijn, hoe minder ze in staat zijn om op hun best te presteren.
Een van de eerste dingen die spelers verliezen bij mentale vermoeidheid, is hun beslissingsvermogen. Denk hierbij aan een smartphone die op 1% batterij draait: hij werkt nog wel, maar alles duurt net even iets langer.
Mentale vermoeidheid zorgt er niet voor dat spelers ineens vergeten hoe ze een pass moeten geven. In plaats daarvan vertraagt het de snelheid waarmee ze de situatie om zich heen verwerken. Ze zien die vrijstaande teamgenoot nog wel, maar tegen de tijd dat hun hersenen het signaal geven om de pass te versturen, is de ruimte alweer dichtgelopen. Dat is de reden waarom zelfs topspelers onder druk plotseling simpele fouten maken of de verkeerde optie kiezen.
Interessant genoeg laat onderzoek zien dat het gezichtsvermogen van een vermoeide speler niet het probleem is; ze zien nog precies dezelfde kansen als een uitgeruste speler. Het verschil zit in de fractie van een seconde tussen het zien en het handelen. In het voetbal is dat vaak het verschil tussen het creëren van een kans en balverlies.
Dit is waarom alles wat er vóór de wedstrijddag gebeurt zo belangrijk is. Lange tactische besprekingen, overmatige schermtijd, slechte slaap en chronische stress putten allemaal diezelfde mentale energie uit waar spelers tijdens de wedstrijd op moeten vertrouwen. Als je wilt dat je team in de 90e minuut de juiste beslissingen neemt, moet het beschermen van hun geest net zo belangrijk zijn als het beschermen van hun spieren.
Maar hoe laad je de batterij weer op?
Binnen de selecties worden er al stappen ondernomen. Sportpsychologen zijn inmiddels een standaard onderdeel van de staf bij nationale teams. De Engelse selectie maakt hier bijvoorbeeld al sinds het midden van de jaren 2010 gebruik van, en hun belang groeit elk jaar. Zij richten zich meestal op mindfulness, visualisatie en ademhalingsoefeningen om spelers te helpen omgaan met de opgebouwde druk op het veld of in de kleedkamer. Daarnaast bestaan herstelsessies na wedstrijden steeds vaker uit drijftanks (floatation tanks), progressieve spierontspanning en het bijhouden van een welzijnsdagboek.
Een van de interessantere recente ontwikkelingen is Brain Endurance Training (BET). Hierbij voegen clubs bewust cognitief zware taken toe aan de fysieke training. Het doel is om de tolerantie van de hersenen op te bouwen, net zoals intensieve training het lichaam voorbereidt. Onderzoek toont steevast aan dat deze benaderingen zowel de cognitieve prestaties als de technische vaardigheden van vermoeide spelers verbeteren.
Is dat wel genoeg?
De roep om structurele veranderingen wordt echter steeds luider. FIFPRO, de wereldwijde vakbond voor voetballers, is een rechtszaak gestart tegen de FIFA. Zij stellen dat de overvolle speelkalender de fundamentele arbeidsrechten van spelers schendt. Uit hun onderzoek van 2024/25 kwam dat steeds meer topspelers 69 tot 70 wedstrijden per seizoen spelen, een veel hoger aantal dan het door de vakbond aanbevolen maximum van 55. Onder deze extreme druk is er geen enkele mentale training die een speler kan helpen om constant op de toppen van zijn kunnen te blijven presteren. De FIFA heeft inmiddels hervormingen aangekondigd, waaronder een verplichte rustperiode van 72 uur tussen wedstrijden en een vakantie van 21 dagen aan het einde van elk seizoen. Dat is vooruitgang, maar de medische experts van FIFPRO adviseren een volledige herstelperiode van 28 dagen. Bovendien blijken zelfs de nieuwe regels in de praktijk lastig te handhaven.
De hulpmiddelen om mentale vermoeidheid te beheersen zijn niet ingewikkeld. Ze vereisen simpelweg dat we rust net zo serieus nemen als werk. Of je nu op het veld staat of achter een bureau zit: de mentale batterij loopt bij ons allemaal leeg. De vraag is of we onszelf de ruimte geven om hem weer op te laden.




